onze montessoriwerking
Maria Montessori is
geboren in Chiaravalle (Italië) in 1870 en overleden in Noordwijk
(Nederland) in 1952. Zij was één van de eerste vrouwelijke artsen in Italië, specialist
in psychiatrie en pedagogie.
Zij
publiceerde vele werken over opvoeding en onderwijs. Centraal in haar ideeën is wat het kind zelf
behoeft. Door zorgvuldige observatie
leert men die behoeften kennen en kan men het kind begeleiden in de verwezenlijking
daarvan.
Na
heel wat lectuur over deze vrouw hieronder een aantal indrukken op een rijtje:
Maria Montessori als mens:
Ze
was een doorsnee kind zoals vele anderen.
Opvallend was dat ze zeer plichtsbewust was, assertief van aard; ze
ontwikkelde een grote wilskracht.
Haar
ouders verwachtten van haar dat ze later zou trouwen en moeder worden.
Maria had andere plannen in haar hoofd en zou ze waar maken. Zij zou arts
worden. Ondanks alle verzet van haar ouders zette ze door. Haar opleiding tussen allemaal jonge mannen,
in die tijd, was niet gemakkelijk.
Maar
haar wilskracht en doorzetting gaven haar de kracht om haar diploma te halen.
(ze werd ondertussen als ongehuwde, moeder van een zoon Mario)
Welke kenmerken had deze vrouw?
Zij was
een vrouw uit één stuk. Overal waar ze kwam was zij geliefd. Haar persoon trok aan, men keek naar haar op.
Waarom?
Ze
had een open blik, ze straalde een groot charisma uit.
Alleen
haar aanwezigheid al, haar toekomen ergens was genoeg om een menigte te laten
stil vallen. Ze had geen plankenkoorts en gaf toespraken zonder notities.
Ze
gaf toespraken in woorden die iedereen begreep. Haar toespraken waren helder en
al haar woorden straalden de warmte van het leven uit.
Haar
colleges zetten aan tot ‘een goed mens zijn’.
Ze
gaf blijk van een enorm engagement. Een enorme energie…
Ze
reisde graag, wilde nieuwe mensen ontmoeten en werd geboeid door wat in de
wereld gebeurde.
Ze
streefde naar gelijkwaardigheid van man en vrouw, van gelijkwaardigheid van alle
mensen, tot welk menselijk ras ze ook behoorden. Ze streefde naar vrede in de
wereld, vrijheid van meningsuiting. Naar innerlijke vrede.
Ze
benaderde elk individu als een eigenheid met heel wat mogelijkheden.
Zij
was haar tijd enorm vooruit.
Toen
ze opleiding gaf aan toekomstige leerkrachten had ze het toen al over
leerkrachtenstijl.
Kinderen
hebben een begeleider nodig uit één stuk, een sterke persoonlijkheid waar ze
respect voor hebben en naar op kijken. Kinderen moeten weten wat ze aan hun
begeleider hebben. Een leerkracht, een begeleider gaat mee met het kind. Ze
tillen kinderen op omdat ze geloven in de mogelijkheden van de kinderen en ze
worden zelf opgetild door de kinderen.
Leerkrachten
en opvoeders gaan ook naar de diepte met kinderen. Ze gaan op zoek naar de
wortels van bestaan. Naar essentie van leven. Ze beseffen en ervaren samen dat
ze slechts een deeltje zijn van de kosmos en toch ook een deeltje met een
enorme energie die andere deeltjes ‘mensen en dingen’ kunnen laten bewegen.
Maria
Montessori hield ook van stilte en genoot
ervan om dit met kinderen te beleven. ‘Kinderen houden van stilte’
schreef ze meerdere malen uit ervaring.
Stilte
bracht haar met de kinderen ook naar het spirituele… naar God.
Maria
Montessori is een beroemd persoon geworden. Maar belangrijker dan beroemd zijn
is dat ze tijdloos is geworden;
haar
ideeën, haar denken over het leven is tijdloos en kan een antwoord geven op tal
van vragen waar moderne opvoeders en ouders mee te maken hebben…
Montessori en haar visie:
Literatuur
over deze vrouw, in deze tijd, durft zelfs te onderlijnen dat de
montessoriaanse visie een antwoord kan geven op tal van vragen waar moderne
ouders en opvoeders mee te maken hebben.
Maria
Montessori haar visie ontstond uit reactie op het toenmalige onderwijs in de 19de
eeuw. Ze ging zelf nooit graag naar school. Voor haar waren scholen als
gevangenissen. Het waren gebouwen waar kinderen volgestampt werden met
leerstof. Wie niet snel genoeg leerde werd beschouwd als ‘luilak’ en ‘dommerik’.
Onderwijs werd doorgegeven en de leerlingen moesten alles uit het hoofd leren.
Ze
ontwikkelde vanuit observatie van zwakzinnige kinderen (was namelijk arts),
materialen waardoor kinderen geboeid werden.
Haar
zintuiglijk materiaal boeide de zwakzinnige kinderen maar ook de
normaalbegaafde kinderen. De kinderen werden gelukkiger en kenden een beter
leven.
Toen
haar zoon Mario was geboren ging ze weer studeren. Zij studeerde
onderwijskunde, hygiëne en psychologie. Op die manier begon onderwijs haar meer
en meer aan te trekken…
Ze
gooide alle vaste ideeën rond onderwijs over boord.
De
klassieke leermethoden legde ze naast zich.
Ze
was ervan overtuigd dat een kind graag leert. Als ze maar de juiste materialen
en de juiste ervaringen aangeboden kregen in hun omgeving:
‘Het
leren is een natuurlijk proces dat de mens spontaan uitvoert, niet door te
luisteren naar woorden maar door het opdoen van ervaringen, in zijn omgeving.’
Het
lokaal waar de kinderen werden ondergebracht mocht zo weinig mogelijk op een
traditioneel klaslokaal lijken. Kinderen moesten zelf kunnen op ontdekking
gaan, materialen kunnen kiezen…het moest een huislijke ruimte zijn, een ‘thuis’
voor de kinderen.
Ze
gaf ook een handboek uit: ‘het ideale lokaal om kinderen te laten leren’. Een
echt huis met heel wat verschillende kamers. Met een tuin waar de kinderen hun
tafeltjes buiten konden plaatsen. De beschrijving van het meubilair, decoratie
van planten… alles kon je erin terug vinden.
Ze
beschreef zelfs de kindersofa’s…en de lage open kasten…Alles op maat van de kinderen.
Uit
observatie stelde ze vast dat jonge kinderen (zelfs vierjarigen) openstaan voor
heel wat ingewikkelde dingen zoals wiskundige en geometrische begrippen die
gewoonlijk alleen aan tieners werden voorgeschoteld.
Ze
geloofde dat kinderen in zichzelf de beste leermeester hebben.
De
sterkte van haar visie, haar methode is dat ze ontstaan is vanuit observatie.
Wat observeerde ze heel dikwijls:
·
Herhaling
geeft bij kinderen een veilig gevoel.
·
De
materialen moeten de kinderen kunnen boeien. Het moeten materialen zijn waar ze
zich kunnen op concentreren.
·
Ze
moeten de materialen vrij kunnen kiezen.
·
Kinderen
houden van heldere en glanzende kleuren, ze houden van degelijke materialen.
·
Kinderen
houden van orde en netheid. Ze boden de materialen spontaan een vaste plaats
aan. Zo wist elk kind in het huis waar ze een voorwerp konden vinden.
Kinderen moeten de vrijheid krijgen om zelfstandig te kiezen.
·
Een
leerkracht moet tijd kunnen vrij maken om te luisteren
·
Kinderen
doen heel graag oefeningen voor het dagelijkse leven. (middagmaal klaarmaken,
tafels dekken, planten verzorgen, tafels afruimen…)
·
De
omgeving moet het kind uitnodigen om te handelen en te werken.
·
Kinderen houden van
stilte.
Maria
M. hield regelmatig stiltelessen. Het woord stilte werd opgehangen…De kinderen
legden alles neer en verroerden geen vin meer. Eén voor één verlieten de
kinderen geruisloos de klas. Ze zei dat de liefde voor de stilte bij kinderen
terug gaat tot voor hun geboorte.
‘De
stilte leert ons dat er een ziel in ons zit’
Doel
van de stiltelessen:
·
zelf
in vrede leven
·
de
generatie van de toekomst een vreedzamer en rustiger bestaan geven.
In
1910 werd de publicatie van haar boek ‘De Methode’ in 20 talen vertaald. Haar
visie werd populair.
Haar
scholen verspreidden zich over het Europese vasteland, daarna ook in Groot-
Brittannië en de Verenigde Staten. Ook in China, India, Mexico, Korea,
Argentinië en Hawaï. De Tsaar van Rusland opende zelfs voor z’n
5 kinderen een montessorischool in z’n paleis in St.-Petersburg.
In
1911 werd de eerste Amerikaanse montessorischool geopend in New York. In 1913
waren reeds 100 scholen in de V.S. geopend volgens de methode van M.M.
Ze
wou haar visie de wereld rond brengen.
We
zien haar gaan van land naar land, naar volkeren van alle rassen, van
verschillende godsdiensten, zoals zendelingen en missionarissen doen, maar ze
verkondigde geen godsdienst. Ze belichtte in het Kind het grote geschenk, dat
God aan arm en rijk gaf, aan gekleurde en blanke mensen en ze leerde allen de
liefde voor het kind.
Ze
was boos als er scholen werden opgericht als zij de mensen niet had onderwezen.
Zonder een cursus bij haar te hebben gevolgd.
Op
die manier waren er ook scholen die haar visie niet juist interpreteerden.
Bv.
in bepaalde scholen mochten kinderen zoveel hun zin doen dat ze zich echt
belangrijk begonnen te vinden. Wie Maria aan het werk zag, wist dat de kinderen
niet volledig hun zin mochten doen. Vrijheid binnen
discipline, was haar visie.
Op
de wereldtentoonstelling van San Francisco in 1917 werd een Casa
dei Bambini opgetrokken. Door de glazen wanden konden
de bezoekers naar demonstraties van M. Montessori kijken. (over heel de wereld
verschenen artikels)
Montessori kreeg echter ook heel wat
kritiek.
Waarom?
Zij
alleen wou haar methode doorgeven. Ze wou niet dat anderen haar visie aan
cursisten doorgaven.
Ze
kon de leiding niet uit handen geven.
Ze
kon geen kritiek verdragen.
Ze
stond niet open voor vernieuwing.
Ze
nam niet deel aan open discussies rond opvoeding en onderwijs die in de jaren
20 en 1930, na de 1ste wereldoorlog werden gevoerd.
Tussen
WO I en WO II nam Mussolini de macht in Italië over.
Hij
profiteerde van de wereldberoemde faam van de Italiaanse pedagoge.
Maar
toen Mussolini van Italië een agressieve natie wilde
maken wou hij dat de kinderen uit alle montessorischolen lid gingen worden van
zijn jeugdbeweging.
En
ze zouden o.a. ook elke dag een fascistengroet moeten uitbrengen.
Maria
Montessori weigerde.
Van
de ene op de andere dag werden alle montessorischolen gesloten.
Haar
ideeën kon ze wel verder kwijt in heel wat andere landen…
Op
70 jarige leeftijd vertrok ze zelfs nog naar India.
Meer
dan elders heeft men in India respect voor een oudere vrouw.
Ze
bleef daar 6 jaar. Speciaal voor haar hadden de Indiërs een volledig dorp met
hutten gebouwd.
De
eerste cursus die ze daar gaf werd gevolgd door 300 studenten.
Na
WO II keerde ze naar Nederland terug. Op 6 mei 1952 stierf ze op 81 jarige
leeftijd in de tuin van een vriend.
In
het laatste huis waar Montessori woonde is nu de zetel van de Nederlandse montessorivereniging.
de gevoelige perioden:
Montessori
ontdekte dat kinderen van nature nieuwsgierig zijn, alles willen onderzoeken.
Daarbij hebben zij hun omgeving met alles en iedereen hieruit nodig. Zij
ontdekte dat kinderen in een bepaalde periode van hun ontwikkeling erg gevoelig
kunnen zijn om iets te leren. Tijdens zo’n gevoelige periode is het kind in
staat met veel gemak iets onder de knie te krijgen, terwijl het later voor
diezelfde vaardigheid veel meer inspanning zou moeten doen.
Montessori
zocht naar een onderwijsmethode die beter gebruik zou maken van deze gevoelige
perioden.
Het
is van groot belang dat opvoeders vertrouwen hebben in de ontwikkelingskrachten
van kinderen. Het kind moet de vrijheid hebben om deze krachten te gebruiken
voor de persoonsvorming, zonder dat het daarbij op storende wijze door de
omgeving gehinderd wordt.
de voorbereide omgeving:
Het begrip ‘voorbereide omgeving’
gaat uit van het idee dat de omgeving waarin kinderen dagelijks verkeren
bepalend is voor hun ontwikkeling.
Het voorbereiden van die
omgeving is dan ook een belangrijke taak van de montessorileidster.
Ze streeft ernaar een aanbod te voorzien dat rekening houdt met de gevoelige
periodes van een kind, het niveau van verschillende kinderen en innerlijke
werkzaamheid bij de kinderen uitlokt.
Een goed uitgekiende
omgeving bevordert onafhankelijk leren en helpt het kind bij zijn
zelfontwikkeling en persoonlijke vorming.
Het ligt niet in de aard
van het kind om een hele dag stil achter een tafeltje of bureau te zitten.
Daarom laat de voorbereide omgeving ook voldoende activiteit en beweging van
het kind toe.
Maar er zijn meer
principes waaraan een goede omgeving moet voldoen: vrijheid van keuze, de
toegankelijkheid der dingen, voorzien van structuur en orde, realiteitsgericht,
met gevoel voor natuur en schoonheid, huiselijk, harmonieus en rustgevend,
sociale interactie-uitlokkend.
De voorbereide omgeving
is voorzien van materialen uit de rubrieken die de intellectuele ontwikkeling
stimuleren: oefeningen dagelijks leven, taal, rekenen, zintuiglijke en
kosmische vorming.
Een belangrijk onderdeel
van de montessoriaanse, voorbereide omgeving is de leerkracht zelf en de sfeer
die zij/hij brengt in de klas
door een glimlach, een
handdruk,
haar/zijn manier van
voortbewegen,
haar/zijn woorden die
geteld zijn,…
Door
het feit dat kinderen zelfstandig of samen met anderen kunnen werken.
De
leeromgeving moet ook rustig zijn en de kinderen moeten leren niet te storen
tijdens het werk. Op die manier wordt elk kind in staat gesteld om zich naar
eigen aanleg te ontwikkelen.
Vrijheid en gebondenheid
vormen in het montessorionderwijs een gezond spanningsveld, waarin opvoeders
voortdurend afwegen en kiezen ten aanzien van de mate van vrijheid en de mate
van steun door kaders.
Om de betekenis van de
bovenstaande zin duidelijk te maken, kan gebruikt gemaakt worden van de formule
‘Vrijheid x zelfstandigheid = verantwoordelijkheid’.
Bij deze formule vormt de
vrijheid ‘de weg’ naar zelfstandigheid.
De verantwoordelijkheid
is het product.
Vrijheid is niet
ongelimiteerd. De grenzen worden gevormd door de zelfstandigheid en de
verantwoordelijkheid.
Vrijheid doet een beroep
op de mens op weg naar verantwoordelijkheid.
Discipline (d.i. een
innerlijke sturing van de mens) hoort bij de zelfstandigheid.
De mens maakt hierin een
ontwikkeling door: naar zorg voor zichzelf, naar zorg voor de ander en de
omgeving, naar zorg voor de wereld en de maatschappij.
In die zin is vrijheid
als onderdeel van het voornoemde trio een belangrijk begrip bij de invulling
van het actief burgerschap en het werken aan de duurzame samenleving.
Montessorionderwijs heeft
vredesopvoeding als doel en biedt kinderen verantwoordelijk te zijn als
medeburger op school en in de wereld daarbuiten..
Onafhankelijkheid en
verantwoordelijkheid zijn voorwaardelijk voor elkaar.
Het kind wordt
verantwoordelijkheid gegeven voor eigen ontwikkeling en leren, om
onafhankelijkheid te ervaren en te oefenen. Beide kwaliteiten worden, in het
montessorionderwijs in een daartoe ingerichte voorbereide omgeving, in fasen
aangepast aan de ontwikkelingsleeftijd, geoefend.
de
groepen:
Kinderen van verschillende
leeftijden zitten bij elkaar.
De
oudere kinderen kunnen zo de jongeren helpen, het geeft hen de gelegenheid de
begrippen en vaardigheden die ze geleerd hebben over te dragen.
De
jongere kinderen zien het materiaal waar de ouderen mee werken. Ze zien naar
welk doel ze toewerken. Dit motiveert om moeilijkere werkjes te doen. Dit komt
het ontwikkelingsniveau ten goede.
Op
deze manier ervaren de kinderen verschillende malen in hun schooltijd dat ze de
jongste en oudsten van een groep zijn.
de morele ontwikkeling:
Morele
ontwikkeling houdt in dat kinderen besef en de kennis ontwikkelen van de
gewoonten en normen van hun omgeving evenals het sociale gevoel van
medeverantwoordelijkheid en rechtvaardigheid.
Leerlingen
in de onderbouw van het basisonderwijs zijn ontvangend ingesteld en absorberen
indrukken. In deze levensfase imiteren zij de volwassenen in houding en gedrag
en nemen ze over wat de volwassene goed vindt en in praktijk brengt.
De
lerarenhouding is ook hier weer van groot belang.
Leerlingen
in de middenbouw accepteren niet zonder meer feiten en gedragingen van anderen.
Ze stellen zaken ter discussie en willen ze begrijpen, voordat ze zich iets
eigen maken.
Oudere
leerlingen leren reflecteren en kijken als het ware vanuit ‘een derde persoon’.
In
het montessorionderwijs draagt het verkeren in een heterogene groep bij aan de
morele ontwikkeling.
Van
jongs af aan worden kinderen op onze school gestimuleerd conflicten bij te
leggen, uit te praten en te zoeken naar vredevolle oplossingen bij een
probleem.
In
de wellevendheidslesjes leren kinderen hoe ze met
elkaar kunnen omgaan.
Ook
tijdens de godsdienstlessen en in het kosmisch opvoeden wordt aan de morele
ontwikkeling voedsel gegeven.
het
materiaal:
Het
materiaal is een middel om al werkend en handelend begrippen te verwerven en
vaardigheden te leren. Het is een schakel tussen het doen en het denken.
Montessori ontwierp materiaal dat aan hoge eisen moest voldoen.
Het
moet aantrekkelijk zijn van vorm en kleur, stevig en zelfcorrigerend.
Dit
laatste betekent dat de kinderen de gemaakte fouten zelf kunnen zien en
verbeteren. De materialen die wij in de klassen hebben, zijn dan ook ‘zeer goed
overwogen’ en degelijk.
montessorilessen:
In
het montessorionderwijs maken leidsters gebruik van verschillende soorten
lessen: de individuele les, de 3 periodenles, de
namenles, het materiaalspel,
de
stilteles en streeplopen.
Daarnaast
gebruiken we ook regelmatig het begrip ‘presentatie’. Een leidster kan een
presentatie geven bv. tijdens een kosmische les. Hierbij speelt de leidster de
hoofdrol. Zij weet immers welke sleutels zij wil meegeven in de presentatie.
De
presentatie is bondig, leerrijk en motiverend voor de kinderen. Daarna zet de
leidster een stap opzij en volgt een langere periode van verdieping en
onderzoek door de kinderen.
Pas
in de laatste fase gaat de leidster over tot enige vorm van evaluatie.
de
groepsleidster=groepsleerkracht:
De leerkracht regelt de
dagelijkse gang van zaken in de groep; zoals het op gang helpen van de kinderen
met het werk, het geven van instructies, het aanbieden van materialen, …
De leerkracht zorgt
ervoor dat het leren onbelemmerd kan plaatsvinden, zorgt voor een goede sfeer
in de klas, zorgt voor de voorbereide omgeving en heeft vertrouwen in de
mogelijkheden van en respect voor het eigene van elk kind.
De
vrijheid van keuze van het materiaal kan in meer of mindere mate gestuurd
worden door de leerkracht. Een kind leert op deze wijze een verantwoorde werkindeling
te maken.
Zo
kunnen er in een leefgroep individuele lesjes, lessen aan kleine groepjes en
klassikale lessen voor de gehele groep worden gegeven.
De
leerkracht houdt de ontwikkeling en de vorderingen bij in de werkschriften, in
de zorgmap, op de rapporten,…
de
verslaggeving:
Het
proces van de kinderen : de leer- en ontwikkelingsvorderingen van de kinderen
worden besproken op de oudercontacten. Ook de rapporten en de werken van de
kinderen zeggen heel veel over de weg
die ze gaan…
Het kernpunt van de kosmische visie van Maria Montessori is dat alles in het
universum met elkaar verbonden is in een harmonische ordening.
Alle levende wezens, maar
ook alle anorganische zaken, hebben een taak om het evenwicht in dit universum
in stand te houden.
De mens neemt hierin een
speciale plaats in omdat hij bewust kan ingrijpen in processen.
Als kosmische taak van de
mens ziet Maria Montessori het bereiken van vrede en het in standhouden van het
evenwicht in de natuur.
Het doel van kosmisch
opvoeden is kinderen vanaf jonge leeftijd waardering en respect bij te brengen
voor de wereld om hen heen en hen op langere termijn bewust te maken van hun
eigen taak en hun medeverantwoordelijkheid voor het grote geheel.
Kosmisch onderwijs wil
een fundamentele ordening aanbrengen in de talrijke, onsamenhangende indrukken
die het kind in de buitenwereld opdoet, met als doel het kind te laten zien dat
geen enkele gebeurtenis in de wereld op zichzelf staat. Het wil het kind handvaten
geven waarmee het in de toekomst als volwassene bewust met de omgeving om kan
gaan.
In het kosmisch onderwijs
worden de deeltjes gaandeweg in een groter kader geplaatst en worden de
onderlinge samenhangen en afhankelijkheden steeds helderder voor de kinderen. Deze benadering geeft het kind houvast om
alle kennis en kunde die het verwerft in een zinvolle context te plaatsen.
Kosmisch
onderwijs is überhaupt holistisch onderwijs: de verschillende vakken
als
aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, maar ook rekenen en taal staan niet los
van
elkaar maar zijn met elkaar verbonden.
Deze
holistische benadering zal duidelijk worden naarmate de montessoriaanse
hervorming
zich op school verder zet in de loop der jaren.
(zie
montessoriaanse hervorming op Klimop)
Uiteindelijk zijn de
kosmische inhouden die we zullen aanbieden een middel om zich een levenshouding
van innerlijke motivatie, initiatiefname, het stellen
van vragen, de drang naar grondig onderzoek,… eigen te maken.
Sinds
het schooljaar 2007-2008 is de school begonnen met een hervorming van onderuit.
Een
nauwer aansluiten bij de montessorivisie, een
terugkeer naar de bron,
weliswaar
rekening houdend met de realiteit en actualiteit van de wereld
waarin
onze kinderen opgroeien, dat is het uitgangspunt.
Ondertussen is de onderbouw voor 80% hervormd.
De
afgelopen jaren werden volgende items daar aangepakt:
de
voorbereide omgeving, klasinrichting, oefeningen
dagelijks leven,
de montessorimaterialen, observeren, een efficiënt
opvolgsysteem
en de kosmische wisselcollectie.
In
de nabije toekomst zal de onderbouw verder bouwen aan de uitwerking van een
montessoriaans taal- en artaanbod,
kosmische leerlijninhouden en een sterke
lerarenhouding.
De KS volgt de komende jaren meer en meer de nieuwe, montessoriaanse leerlijn op vlak van ‘art’.
Het basisprincipe is dat
we - zoals bij de andere rubrieken- een basis leggen voor wat komt.
Zo investeren we vooral
in het onder de knie krijgen van een aantal basisvaardigheden zodat kinderen op
latere leeftijd zelfstandig en creatief vorm kunnen geven aan hun eigen ideeën.
We voorzien een
gedifferentieerd art-aanbod waarbij kinderen- na een
lesje- zelfstandig
de basisvaardigheid waar
ze aan toe zijn kunnen inoefenen en onder de knie krijgen.
Kinderen kunnen kiezen
uit wisselende artwerkjes die door de leidster in de
voorbereide omgeving worden voorzien. We leggen steeds het accent op het proces
van het kind!
De werkjes die worden
aangeboden zijn gebaseerd op volgende basisvaardigheden:
knippen, kleven,
schilderen, stempelen, boetseren en naaien.
Als montessorischool vermijden we bewust projecten waarbij
iedereen of een groep
kinderen dezelfde
activiteit doet op hetzelfde moment. We kijken hoe we basismiddelen en
basistechnieken kunnen voorzien, eerder dan specifiek onderwerpsgerichte
projecten.
We houden rekening met de
behoefte om te herhalen en de drang naar perfectie bij
een kleuter.
Uiteindelijk willen we
het kind enkel ‘sleutels geven’ tot de
wereld van de kunst.
We willen in geen geval
de kinderen dwingen om tot een vormgeving te komen die wij hen opleggen.
We etaleren ook bewust
niet het art-werk van de kinderen op school
omwille van verschillende
redenen:
·
Als je het ophangt roept
het commentaar, vergelijkingen en ev. competitie op,
zaken die we ten stelligste vermijden
in het montessorionderwijs.
·
Het overwaardeert ‘art’.
We hangen ook geen taal of rekenwerk op.
·
Artwerk is iets persoonlijk. Niet iedereen vindt het leuk dat
anderen
hun werk zomaar kunnen zien.
Enkele tips voor ouders:
*Vraag nooit aan een jong kind om achteraf zijn artwerk te bespreken.
*Stel aan een jong kind
beter geen vragen als ‘wat heb je getekend?’
want vaak heeft het een
werk dat nog helemaal niks specifiek weergeeft.
*Als het kind jou
aanspreekt over zijn tekening, antwoord dan met feitelijke commentaren
bv. ‘ik zie dat je veel donkerrood gebruikt
hebt in jouw tekening’.
*Als een kind jouw
bevestiging zoekt, geef dan commentaar over zijn inspanning en
proces en niet over het
resultaat van zijn werk bv. ‘Je hebt een hele tijd aan jouw tekening
gewerkt heb ik gemerkt.
Je zal wel trots zijn op jezelf.’
*Teken zelf niets
specifiek! Het kind zal anders geneigd zijn een kopie van jouw werk
te maken.
*Teken beter geen lijnen
voor die de kl. moet inkleuren. We willen dat kinderen
uiteindelijk leren tekenen wat hen
interesseert.
*Geef geen tekening van
jezelf aan een kind om verder aan te werken.
Laat het kind steeds op
een leeg blad beginnen.
Wat met de hervorming in onze lagere
school?
In
de lagere school (LS) zijn in het schooljaar 2010-2011 al enkele kosmische
leerlijninhouden uitgetest.
De
komende jaren gaat de hervorming stapsgewijs verder, beginnende bij de
middenbouw.
De
kosmische hervorming is prioritair in de LS.
Ook
de bewustwording van een montessoriaanse lerarenhouding komt daar dit jaar in
de vorm van een pedagogische studiedag aan bod.
Meerdere
hervormingsluiken volgen nog in de toekomst.
Het
zal een traject zijn van jaren. De school vraagt tijd en begrip bij deze
hervorming
maar
is enthousiast over de eerste resultaten.
Wie
vragen of opmerkingen heeft over de montessoriaanse hervorming op school
kan
dit steeds melden aan Els Dellaert, mede verantwoordelijk voor de kosmische en
montessoriaanse hervorming op school of mailen naar:
els.dellaert@montessoriklimop.be
Vanaf het schooljaar
2011-2012 heeft de school een op maat uitgeschreven,
montessoriaanse,
kosmische leerlijn voor de hele school.
Deze wordt de komende
jaren steeds meer geïmplementeerd, startende bij de onderbouw en al een deeltje
bij de middenbouw (en tussenbouw).
De school heeft tijd
nodig om de nieuwe kosmische leerlijn te kunnen realiseren.
Dit is een proces van
jaren. In de overgangsjaren wordt de uitwerking van nieuwe,
kosmische onderwerpen uit
de leerlijn nog afgewisseld met W.O.-onderwerpen.
Geleidelijk aan zullen
deze laatste afnemen en gaan we over in een volledig nieuwe,
kosmische werking en
visie.
De school vraagt tijd en
begrip opdat ze dit ten volle kan realiseren.
De kosmische leerlijn
garandeert dat de kinderen met zinvolle, boeiende inhouden in
contact komen en wekt de
interesse voor het ontstaan van alles, het leven van mensen, nu en in het
verleden, hier en elders in de wereld.
Zo zal de lagere school
de kinderen op termijn onderwerpen aanbieden
als samenstelling van de
aarde, evolutie van het leven, kringloop van het water,
ecologie,
lichaamsstelsels, fundamentele noden van mens, plant en dier,…
In de kleuterschool
leggen we een kosmische basis waar de lagere school
uiteindelijk verder op
zal bouwen.
Het behalen van de
eindtermen en de leerplan doelen uit het leerplan W.O.
vormt bij een degelijk,
uitgebouwde, kosmische leerlijn geen probleem.
Montessorionderwijs in de 21 ste
eeuw
Nota kan je nalezen op www.montessori.nl